De mol

         

Deze mini graafmachine is de schrik van elke boer en tuinder.
Van de ene op de andere dag kan hij een mooi strak gazon doen veranderen in een maanlandschap.

         
Grote hopen aarde werkt hij omhoog. Wanneer vee hierover heen loopt zakken ze met hun poten in een diep gat, waardoor er letsel kan ontstaan.
Iedere tuinder of tuinier ziet hem dan ook liever gaan als komen.
Ze beschadigen de wortels van jonge planten en halen hele bloembedden overhoop, ondergraven terrassen en tegelpaden, waardoor verzakking kan ontstaan. Zelfs één mol in de tuin kan een immense schade aanrichten.
Deze kleine, bijna blinde graver met zijn tot graafhanden omgevormde voorpoten is niet groter dan elf tot zestien centimeter.
Hij vindt zijn weg door zijn gangenstelsel geholpen door zijn gevoelige snorharen en door zijn tastzenuwen op neus en staart.
Omdat de haren van zijn vacht niet in één richting lopen, maar willekeurig zijn geplaatst, kan hij even gemakkelijk achter- als vooruit.
Regenwormen vormen het belangrijkste deel van zijn dagelijkse voedsel, daarnaast eet hij alle dieren die hij in zijn gangen tegenkomt. Soms grijpt hij ook een kikker.
Onder de grond heeft de mol geen vijanden, dan behalve zijn soortgenoten.
Boven de grond daarentegen is het oppassen geblazen voor buizerds, uilen, vossen, wezels, hermelijnen en ooievaars. En zijn ergste vijand de reiger.
Het bestrijden van de mol is niet gemakkelijk, men heeft van alles uitgedacht, maar het meest succesvol zijn de mollenklem of het ingraven van potten of flessen in de gangen. Doordat de wind langs de opening van het glas blaast, ontstaat er een lage fluittoon die de gevoelige oren van de mol zodanig irriteert dat hij de kuierlatten neemt en naar de buren verhuisd.

Na 1900 gold bont als luxeartikel. In die tijd bracht een vachtje twee kwartjes op, later steeg dat tot een daalder en zelfs twee gulden. Een mollenvanger was een echt beroep. Een fanatieke mollenjager kon in die tijd driehonderd gulden per week verdienen. Arbeiders uit Friesland trokken op de fiets het land door, tot in Zeeland en zelfs België. De velletjes stuurden ze naar huis, waar die op plankjes werden gespijkerd en gedroogd. Mollenbont was een flinke bedrijfstak. De velletjes werden via de markt in Leeuwarden bij tienduizenden geëxporteerd naar Engeland en Amerika. Mollenbont werd hoofdzakelijk gebruikt als voering voor dure jassen, moffen en mutsen. Tegenwoordig is er nog maar weinig belangstelling voor dit product.