De enthousiaste vliegvisser

Op een mooie zondagmorgen in alle vroegte deed ik mijn ronde langs de wateren in de regio. Het was al aardig druk met hengelaars.

Op een gegeven moment viel mijn oog op één hengelaar in het bijzonder. Ik zag hem al vanuit de verte, heftig zwaaiend met een hengel. Mijn eerste gedachte was, da’s een grote die hij gevangen heeft. Dus ging ik eens even polshoogte nemen. Nou geen grote vis dus. Meneer bleek aan het vliegvissen te zijn. Had vreselijk veel moeite om m’n lachen in te houden, hier stond een grote dikke man met enorm veel rotzooi om zich heen, het leek wel een vlooienmarkt. Ook z’n auto die hij niet dichter bij de waterkant had kunnen zetten, z’n wielen stonden bijna in het water, puilde uit van de troep. Naast hem had hij een partij boterhammen liggen, waar een normaal mens weken van kan leven.

“Goedemorgen”, zei ik met een dikke grijns. “Lukt het een beetje?” “Ja hoor” En hij vertelde mij dat hij pas was begonnen met het vliegvissen. “Het gaat nog een beetje stroefjes, maar ik kom er wel. Het is even wennen”. Nou naar mijn idee zou hij er nooit komen en van vangen was al helemaal geen sprake. In zijn handen had hij een grote lange bamboe hengel (waarschijnlijk een antieke zalmhengel) met daarop een oud snoekrailtje, de lijn had hij met toestemming van Henk Peeters uit de prullebak gevist, zo vertelde hij. Want die lijnen waren toch zo vreselijk duur. Aan het einde van de lijn zat een grote streamer. De man kon al geweldig werpen met dit setje, minstens twee meter.

“Ik denk dat er wat meer lood aan moet” zo sprak hij. Na deze laatste opmerking, wist ik niet hoe snel ik weg moest komen, had het de man nog graag allemaal uitgelegd, maar kon mijn lachen niet meer inhouden en wilde hem niet beledigen. Ik weet niet wat er gebeurd is, maar ik heb de man nooit meer langs de waterkant gezien, misschien wel teveel lood aan de streamer.