Wat is dit nou voor een rare vis

Laatst was ik in Loosdrecht bij Hotel Restaurant Cafť Heineke waar een clubje sportvissers hun intrek hadden genomen voor een gezellig weekendje vissen.
Het bleek een hecht groepje te zijn van 15 man die twee keer per jaar met zín allen op stap gaan om ergens te gaan vissen. Ze waren al tien keer naar Ierland geweest en naar Madeira, maar de laatste tijd zochten ze het wat dichter bij huis : Enkhuizen, Medemblik en nu voor de tweede keer Loosdrecht.
Of ik nog wat leuke stekjes wist. Natuurlijk wist ik die. We spraken af dat ik de volgende dag nog even langs zou komen.
Bij binnenkomst werd mij meteen al een telefoon onder de neus geduwd met de foto van een vis met de vraag wat is dit nu voor een rare vis. De vis had een hevige strijd geleverd, maar niemand van de club wist om welke soort het ging. Het bleek een giebel te zijn.

    

In de regio Gooi en Vechtstreek is de giebel nog vrij onbekend, maar de laatste tijd worden ze met regelmaat gevangen.
De giebel (Carassius gibelio) ook wel witte of wilde goudvis genoemd is een exoot die oorspronkelijk uit AziŽ komt, maar nu ook in de Benelux gevangen wordt. In Nederland is hij meestal grijsgroen, maar dat kan verschillen. Hij is te onderscheiden van de karper omdat hij minder schubben op de zijlijn heeft en een vrij puntige wat naar boven geknikte kop.
Naast de normale wijze van voortplanting, blijkt de giebel over een alternatieve strategie te beschikken: paairijpe vrouwtjesgiebels dringen zich tussen de paaiende karpers en zetten hun eieren af. Daarbij is vastgesteld dat de zaadcellen van karpers, de eicellen van de giebel prikkelden om zich te gaan ontwikkelen. De zaadcellen dringen hiervoor de eicel binnen, maar er vindt geen versmelting plaats zoals in het normale voortplantingsproces. Daarom is er geen sprake van bevruchting en bevatten de eicellen uitsluitend vrouwelijke eigenschappen, waardoor er alleen maar vrouwelijke nakomelingen worden geboren. Deze zijn in uiterlijk en erfelijk opzicht precies gelijk aan de oudergiebel. Men noemt dit ook wel "klonen". Het lijkt aannemelijk dat deze unieke wijze van voortplanting (gynogenese), ertoe heeft bijgedragen dat de giebel zich in betrekkelijk korte tijd over grote delen van AziŽ en Europa heeft kunnen verspreiden. Buiten de "hulp" van karper en kroeskarper, bleek de giebel zich ook succesvol te kunnen voortplanten met behulp van blankvoorn, zeelt, grote modderkruiper en zelfs regenboogforel.
Een bijzondere vis die zich niet gemakkelijk laat vangen.