de Knotwilg

knotwilg
De Knotwilg, het veelzijdige stukje hout.

Wilgen dienden vroeger als geriefhout voor de boer, het werd veelzijdig toegepast.

Er werden tenen manden van gevlochten en lemen huizen mee verstevigd. Ook werden de dunne twijgen weleens aan het vee gevoerd of men bond ze in bossen en versterkte daarmee waterbodems, dijken en oevers. De dikke takken werden ondermeer gebruikt als brandhout.

Er werden hekwerken, stelen voor gereedschap of bonenstaken van gemaakt.
Het hout werd ook nog wel eens gebruikt om klompen van te maken.
Wilgen waren dus zeer belangrijk voor de boer.

Er is een tijd geweest dat de knotwilgen uit het landschap dreigden te verdwijnen, ze verloren hun economisch nut en stonden alleen maar in de weg. Het gevolg was dat ze op grote schaal werden gekapt, door verwaarlozing omwaaiden of wegrotten.

Gelukkig kwam er in de 70er jaren een ommekeer, toen werd het belang van de knotwilg opnieuw ontdekt vanwege het ecologisch nut. Men kwam erachter dat de boom voor allerlei planten en dieren een unieke leefwereld vormt, die ontstaat doordat op de stoof water blijft staan, daardoor rotten er gaten in de stam, waarin de dieren zoals de holenduif, steenuil, kauw, wilde eend, bunzing en diverse soorten muizen, een nest kunnen bouwen of zich verschuilen. Ook vestigen veel mossen en planten, zoals de braam, het fluitekruid, allerlei varens en de vlier, zich op de vochtige knot waar een humuslaag ligt van verteerd wilgenblad.

Knotwilgen zijn vaak hol en gedeeltelijk rot, toch kunnen ze wel zo'n honderd jaar oud worden, zij dienen eens in de 3 tot 8 jaar van hun takken te worden ontdaan. Als dit minder vaak gebeurt is de kans groot dat ze vroegtijdig sterven aan de gevreesde watermerkziekte. Bovendien worden de takken dan te zwaar en gaan ze scheuren of splijten. Zulke bomen hebben een kort leven. Vaker knotten is ook niet goed, dan verliezen ze hun groeikracht. Boeren en natuurbeheerders hebben dus de plicht, de knotwilg op tijd te knotten.

Vorig jaar juni zat ik in Haastrecht, heerlijk te vissen in het zonnetje, tussen een rijtje knotwilgen.
De vangsten waren slecht en het water zat vol kroos. Ik liet mijn hengel voor wat het was en ging de omgeving een beetje verkennen. De grillige knotwilgen hadden meteen al mijn belangstelling, ik zag allerlei uitwerpselen op de stam, dit gaf dus aanleiding om wat verder te kijken en ja hoor er vlogen meteen al 2 eenden op, ze hadden zich genesteld in de knot. Even verderop ontdekte ik braakballen van een uil, deze lagen ook in de knot.
Later op de dag heb ik ze uit elkaar gepeuterd, heel interessant, van allerlei muizenbotjes tot kaken met kiesjes en tandjes aan toe.
Die dag heb ik niets gevangen, maar wel genoten van de natuur.