Koeienhuiden als draagconstructie

Laatst las ik een stukje in een plaatselijke krant over fundering op koeienhuiden.
Als oud-medewerker van het Instituut voor Geschiedenis, voorheen gevestigd aan de Kromme Nieuwe Gracht 24 in Utrecht, trok dit meteen mijn aandacht.
Een leuk verhaal maar helaas niet helemaal correct.
Aangezien mijn interesse uitgaat naar oude gebinten en funderingen, heb ik destijds een boek gelezen dat over dit soort draagconstucties ging.
Wat bedoelt men eigenlijk met ‘huid’ of ‘koeienhuid’ als men het over fundering heeft.
Bij hele vroege funderingen sprak men over huiden. Geen koeienhuiden, maar op een bepaalde manier gestoken blokken klei die schuin tegen elkaar aan gestapeld op het veen gelegd werden.

             zwerfstenen
Later gebruikte men grote enigszins platte zwerfstenen die doen denken aan een koeienhuid en daarom ook zo werden genoemd.
Men groef de slechte grond uit tot het grondwater, daarna werden er echte koeienhuiden neergelegd om het kwelwater tegen te houden en de drassige grond stevigheid te geven, hier werden platte stenen platen (de zogenaamde koeienhuiden) overheen gelegd en dit geheel diende als fundering. De drassige grond heeft er dan ook voor gezorgd dat enkele stukken koeienhuid teruggevonden zijn, deze zijn als het ware geconserveerd. Sommige oude gebouwen werden vroeger op deze manier gefundeerd.
Men vermoedt dat de draagconstructie van de Domtoren in Utrecht op deze wijze is opgebouwd.
Over de bouw van de Mariakerk in Utrecht is bekend dat er echte ossenhuiden gebruikt zijn om het kwelwater weg te houden bij de fundering van de pilaren, er zijn echter geen resten teruggevonden. Maar het verhaal gaat dat bisschop Koenraad geen kans zag deze kerk te laten bouwen vanwege de drassige grond en het opwellende water. Een Friese bouwmeester boodt uitkomst, maar het voert te ver om hier verder op in te gaan. Ook in België en Duitsland zo wij vernomen hebben, werd deze draagconstructie veel toegepast bij grote gebouwen zoals kerken en kathedralen.
Volgens de TH in Delft beslist geen fabel, men heeft hiervan wel degelijk resten gevonden.