Marianne Thieme streeft naar totaal verbod

Marianne Thieme partijleider en voorzitter van de Tweede Kamerfractie van de Partij voor de Dieren ziet het liefst het gebruik van dieren bij sporten (de jacht, paarden-, duiven- en hengelsport), evenementen (circussen) en tentoonstellingen (kinderboerderijen, dierentuinen en dolfinaria) zo snel mogelijk verdwijnen.
Wanneer haar voorstellen worden aangenomen zal dit een enorme klap betekenen voor onze toch al niet zo sterke economie.
Denk hierbij aan recreatie, winkels, toeleveringsbedrijven en werkgelegenheid.
Daarom is haar streven op vele punten niet reŽel.
Natuurlijk moet het welzijn van dieren voorop staan, maar men moet de realiteit niet uit het oog verliezen.
Wanneer de ideologie doorslaat en men een totaal verbod wil invoeren, dan zal dit zeker consequenties met zich meebrengen voor hele bedrijfstakken.

Overal komen excessen voor die niet goed te praten zijn, het zou de partij sieren om een reŽele wetgeving na te streven waarbij het welzijn van het dier centraal staat.
Sommige punten van de inhoud van het verkiezingsprogramma ervaart men als positief zoals :

Goede medische zorg voor huisdieren.
De Partij voor de Dieren vindt dat zorg voor dieren geen luxegoed is.
  • De B.T.W. voor dierenartsen moet van het hoge naar het lage tarief gaan.
  • Er moeten meer klinieken en spreekuren voor minima komen zodat ook dieren van mensen met een minimuminkomen de medische zorg kunnen krijgen die zij nodig hebben.
Het voorkomen van gedwongen afstand.
De Partij voor de Dieren wil voorkomen dat mensen die zorg nodig hebben worden gedwongen afstand te doen van hun dieren.
  • De regels voor het meebrengen van dieren naar zorginstellingen moeten waar nodig worden versoepeld.
  • Als mensen thuis zorg nodig hebben moet ook worden voorzien in hulp bij de zorg voor de aanwezige dieren.

Momenteel ligt echter de jacht onder vuur. Marianne Thieme heeft twee voorstellen ingediend waardoor de jacht in Nederland vergaand beperkt zal kunnen worden. Via een initiatiefnota is voorgesteld om de jacht op wilde eend, haas, konijn, fazant en houtduif zo snel mogelijk te sluiten, zodat volgens haar komend jachtseizoen geen enkel dier meer vogelvrij hoeft te zijn. Daarnaast heeft ze een initiatiefwetsvoorstel ingediend om een einde te maken aan het in stand blijven van verhuurde jachtrechten bij de verkoop van grond. Aan het doden van dieren louter voor het plezier van de jager moet volgens haar zo snel mogelijk een einde komen. Deze twee voorstellen kunnen die ontwikkeling in een stroomversnelling brengen.

Ook de hengelsport komt er slecht van af. Zij stelt dat hengelen net als jagen, een vorm van tijdverdrijf is ten koste van dieren. Zolang er geen hengelverbod is gerealiseerd, moet hengelen sterk worden ontmoedigd. Onder andere door te verbieden dat er Ďvislessení plaatsvinden op scholen.

Deze vislessen moeten er echter toe bijdragen dat kinderen leren wat zich afspeelt in de wereld onder water, dat ze een stukje biologie meekrijgen en leren respectvol om te gaan met de gevangen vis. Nederland telt ruim 2 miljoen sportvissers. De sportvisserij is dus een belangrijke economische activiteit en is goed voor een totale omzet van bijna 700 miljoen euro per jaar. Ook voor mensen met een beperking biedt de hengelsport veel mogelijkheden, zoals de Stichting Viscentra Gehandicapten in Abcoude die hier totaal op ingericht zijn en de vele landelijke invaliden vissteigers.

Het streven van de Partij voor de Dieren naar een totale afschaffing van de hengelsport zal er nooit komen.

Nederland = waterland = sportvissen.