De ui - velen maakt hij aan het huilen

Onze smaakmaker : de ui (Allium cepa) ook wel ajuin genoemd is een plant uit de lookfamilie (Alliaceae), hij is sterk van geur en smaak. Wordt overal ter wereld gebruikt in de keuken. Hij wordt geteeld in allerlei vormen en kleuren, denk maar eens aan de rode ui en de sjalot. Maar de lookfamilie is nog veel groter : prei, bieslook, knoflook, daslook, moeslook en berglook, een assortiment van zeer belangrijke smaakmakers, waarbij de ui nog steeds de boventoon voert. Aan de leden van de lookfamilie worden veel heilzame krachten toegekend, zoals de ui bij verkoudheid, rijk aan vitaminen A, B en C en etherische oliŽn die bij verhitting vrijkomen en een bloedzuiverende, schimmel- en bacteriedodende en antireumatische werking heeft.

ui

Wordt al sinds 3000 jaar voor Christus geteeld, pyramidebouwers kregen al uien als rantsoen. Is niet meer weg te denken uit onze dagelijkse hap, wordt veel verwerkt in allerlei producten, zoals : vleesproducten, stoofschotels, soepen, sauzen en dranken, is goedkoop en wordt nog steeds ondergewaardeerd.

Als we het eens zonder uitje moesten doen, dan zou bijvoorbeeld een haring toch al helemaal niet meer smaken.

Uien worden het beste bewaard op een koele, donkere en droge plek. Wanneer u ze koopt moeten ze hard aanvoelen, anders kunt u ze beter laten liggen. Er zijn verschillende manieren om ze te verwerken : bakken, drogen, pureren, blancheren, glaceren of rauw.

Hier nog even een tip : om tranende ogen te voorkomen, schil ze onder water of leg ze van tevoren een tijdje in de koelkast.