Waterkonijn

Houd u ook zo van waterkonijn, net zoals onze zuiderburen waar hij op de menukaart staat, zo vers uit het walmende riool.

Hij komt oorspronkelijk uit Noord-Amerika. Begin 1900 is één of andere Tsjechische dwaas, een graaf wel te verstaan, op het onzalige idee gekomen om er een stelletje mee te nemen naar Europa voor de jacht op zijn landgoed. Hij knalde er lustig op los, maar bleek uiteindelijke niet zo’n goede schutter te zijn, want hij zag geen kans het aantal in bedwang te houden.

Slechts enkele jaren later was het hek van de dam, ze doen het als konijnen, u begrijpt het wel, toen waren het er al een half miljoen in een straal van vijftig kilometer rond het landgoed van de graaf en enige tijd later hadden zij zich overal in Europa verspreid.

En aangezien het aaibaarheids gehalte van deze beestjes vrij laag is/was en zij enorme schade aanrichtten aan oevers en dijken door de vele gangenstelsels, werden zij vogelvrij verklaard en tot op heden is het nog steeds "dweilen met de kraan open". Honderden rattenvangers en miljoenen euro’s worden ieder jaar weer ingezet ter bestrijding.

We hebben het over de muskusrat ook wel bisamrat genoemd. Deze werd en wordt ook wel gefokt voor de bontindustrie. Het bont van dit exootje komt onder de naam bisambont op de markt.

waterkonijn

De muskus of bisamrat is een knaagdier uit de onderfamilie der woelmuizen.

Het diertje heeft een kop-romp lengte tussen de 25 en 40 centimeter, met een sterke zijdelings afgeplatte staart met een lengte van 19 tot 28 centimeter. Hij kan een gewicht bereiken van 1,7 kilo.

Het is een uitstekende zwemmer en gebruikt zijn staart voor de voortstuwing. Ook kan hij goed duiken en kan op deze manier lange afstanden afleggen, zodat men hem gauw uit het oog verliest.

Hij leeft langs zoetwater, zowel stilstaand als stromend, in de oevers graaft hij gangen waarvan de ingang meestal onder het wateroppervlak ligt. De tweede gang dient als ventilatieschacht. ’s-Winters legt hij een burcht aan van riet en gras, die minstens twee kamers en een opslagkamer bevat. De voortplanting duurt van maart tot november. Het vrouwtje werpt 1-3 maal per jaar 5-7 jongen.

Nu hoor ik u zeggen, hoe smaakt hij nou eigenlijk. Ik kan het u echt niet vertellen, maar vraag het eens aan onze zuiderburen, wanneer u de grens over bent.