Zo duur!

Gerrit was 11 jaar en gek op vissen. Elke zondag ging hij met pa mee.
Alleen die vissen hŤ, die wilden maar niet bijten, al dat wachten werd Gerrit soms wel eens teveel.
Maar daar had hij wat op gevonden. Tussen de bedrijven door at hij het brood op dat eigenlijk bestemd was voor de vissen, want je kreeg er toch zoín honger van, zo buiten langs de waterkant.
Van opa had hij een hengel gekregen en van pa een viskoffer. Al zín zakgeld ging er aan op.
Klusje hier, klusje daar, alles voor de hengelsport.
Ook had hij bij pa aardig staan grasduinen in zín viskoffer. Pa had toch zo veel, die miste een paar dobbertjes en haakjes niet.
Alleen die vissen hŤ, dat wilde nog niet zo, alleen maar kleine voorntjes.
Ook de hengel van opa daar was al helemaal niets mee te vangen.

maden

Tot op een zekere dag. Gerrit woonde dicht bij het water, had al zín zwemdiplomaís en mocht er zo nu en dan ook alleen op uit. Gerrit zín grote dag was gekomen.
Die middag had hij twee grote brasems gevangen, met maden.
Laat in de middag, de brasems waren reeds overleden, moesten ze aan opa en oma getoond worden.
Nou zei opa die had je eigenlijk weer moeten laten zwemmen, jongen, maar ja. Mooie vissen jongen, zei oma.
Vertel het maar niet aan je vader, want die zal het niet leuk vinden, dat je ze niet hebt teruggegooid. Gerrit naar huis. Hij had pas een eigen kamer met nieuw zeil en een klein balkonnetje en hij kon toch zo moeilijk afscheid nemen van die twee mooie grote brasems, dus legde hij ze op het balkon.
ís-Avonds kwam er nog een visvriendje van hem langs, om de grote vangst te bewonderen.

Ik moet er nog even bij vertellen, dat Gerrit altijd geld kreeg van zín vader om maden te halen, voor het weekend als ze gingen vissen.
Na enige weken vond Gerrit op zín kamer een paar maden.
Ma kom nou eens kijken, gilde hij tegen zín moeder, ik heb maden op mín kamer. Nou zei zín moeder je hebt zeker het blikje open laten staan. Zij gingen op onderzoek en vonden onder het zeil zoveel maden, daar kon je wel tien blikjes mee vullen.
De meesten zaten bij de deur naar het balkon en in de sponningen. Moeder deed de deur van het balkon open en ja hoor alles werd duidelijk.
De twee brasems waren omgetoverd tot duizenden maden.
De hele middag is moeder bezig geweest om de kamer en het balkon schoon te maken.
Bakken vol maden heeft ze weggegooid.
Nou zei ze, zeg maar niets tegen pa en laat zoiets niet weer gebeuren, ze was heel boos, het was een heleboel werk geweest, ze zaten echt overal.
Twee dagen later kreeg Gerrit weer geld van zín vader om maden te halen, drie zakjes, als gewoonlijk.
ís-Avonds vroeg zín vader, en jongen waar zijn de maden. Gerrit haalde de zakjes.
Moeder vroeg belangstellend wat kost dat nou zoín zakje.
Toen ze het hoorde, krijste ze : Zo duur! Voor drie van die kleine zakjes.